Les 7 Peilingen | Online cursus Vaarbewijs 2 & TKN

Kruispeilingen

We kunnen door middel van een kruispeiling onze positie bepalen. We maken een kompaspeiling van een punt dat we zowel in de kaart als langs of op het water kunnen herkennen. Deze kompaspeiling rekenen we om tot ware peiling. Die peiling tekenen we in de kaart in als een lijn naar het punt op de kaart waarop we de peiling gemaakt hebben. We weten dan dat we in ieder geval op die lijn zitten. We weten alleen nog niet waar op die lijn. Dus hebben we een tweede peilingslijn nodig op een ander herkenbaar punt. De kruising van twee peilingslijnen is onze positie. Het is belangrijk dat we de hoek tussen de twee peilingen zo haaks mogelijk laten zijn, door de juiste keuze van herkenbare peilingobjecten. Anders is de peiling niet betrouwbaar. Nog beter is het om 3 peilingen te maken. Als de 3 lijnen op de kaart niet ongeveer door hetzelfde punt lopen klopt er iets niet. Maak altijd eerst de peiling die het minst veranderd. Een peiling op een punt dat dwars op de richting van de boot ligt zal sneller veranderen dat een peiling op een punt recht voor of recht achter de boot. Als we een peiling maken, vergeet dan niet om de variatie en deviatie (alleen als de peiling op het stuurkompas wordt gemaakt) te verrekenen. Als we de peiling maken met het handpeilkompas, dan veronderstellen we dat de deviatie 0 is, want we hebben geen deviatietabel voor het handpeilkompas.

De deviatie zoeken we op bij de voorgelegen kompaskoers en niet bij de gemaakte kompaspeiling!

kruispeiling

Case 3

Download en print de oefenkaart en het rekenschema om de volgende oefeningen te maken.

U vaart vanaf punt 54° 5,0’N en 008° 05,0’E een ware koers van 320°. Er staat een westen wind en de drift schat u op 8°. De logsnelheid is 7 knopen. Na een uur varen maakt u twee peilingen en berekent de ware peilingen als volgt. Peiling op de vuurtoren van Zeedam 54° en de peiling op de kerk van Zoutdam op 102°. Er staat een onbekende stroom.

Vraag 3a: Wat is de breedte van de meest waarschijnlijke standplaats (MWS) als resultaat van de peilingen?
Vraag 3b: Wat is de lengte van de meest waarschijnlijke standplaats (MWS) als resultaat van de peilingen?
Vraag 3c: Wat zou uw breedte zijn na 1 uur zijn zonder stroom?  
Vraag 3d: Wat zou uw lengte zijn na 1 uur zijn zonder stroom?  
Vraag 3e: Wat is de stroomrichting geweest?
Vraag 3f: Wat is de stroomsnelheid geweest?
Vraag 3g: Wat is de grondkoers geweest?
Vraag 3h: Wat is de grondsnelheid geweest?
Vraag 3i: Wat is de stroomhoek geweest?
Antwoord 3a: 54°08,6'N
Antwoord 3b: 008° 00,5'E
Antwoord 3c: 54°10,9'N
Antwoord 3d: 008°01,3'E
Antwoord 3e: 199°
Antwoord 3f: 2,5 knopen
Antwoord 3g: 308°
Antwoord 3h: 5,8 knopen
Antwoord 3i: -20°

Uitwerkingen

Om de uitwerkingen te bekijken moet u eerst even inloggen. Heeft u nog geen account? Dan kunt u zich daarvoor aanmelden.

Controle deviatie met lichtenlijn

We kunnen de deviatie van het stuurkompas controleren door, op verschillende kompaskoersen door een lichtenlijn te varen. U peilt de lichtenlijn en leest in de kaart de ware peiling en de variatie af. De deviatie is dan de enige onbekende in de rekensom die je dus moet berekenen.
Bijvoorbeeld. U wilt de deviatie van uw stuurkompas controleren. U peilt de lichtenlijn van Enkhuizen op 36°. U ziet in de kaart dat de ware peiling (WP) van die lichtenlijn ook 36° is. Uw kompaskoers (KK) is 270°. In de variatieroos in de kaart staat variatie –2°. Wat is de deviatie behorende bij de kompaskoers 270°?
Vervolgens peilt u, varende op een kompaskoers van 90°, de lichtenlijn met een kompaspeiling van 42°. Welke deviatie hoort bij die voorliggende kompaskoers?

Uitwerking:

Bij KK 270°         90°

KP   36°                 42°
Dev +2°                -4°
MP 38°                  38°
Var -2°                  -2°
WP 36°                 36°

Peiling met verzeiling

Dit onderwerp is alleen voor TKN, niet voor KVB2

we maar 1 herkenbaar punt hebben kunnen we d.m.v. een peiling met verzeiling de positie bepalen. We moeten 1 vaste kompaskoers blijven voorliggen. We maken een eerste peiling en noteren de logstand en tijd. We kunnen deze kompaspeiling omrekenen tot ware peiling en in de kaart intekenen. We weten dan dus dat we op die lijn zitten, maar we weten niet precies waar. We maken een tweede peiling als de hoek tussen beide peilingen ongeveer haaks is en noteren weer de peiling, logstand en tijd. Ook hiervan zetten we de ware peilingen in de kaart. We berekenen de grondsnelheid en grondkoers die we gevaren hebben. We schuiven nu het lijnstuk van de grondkoers (lengte gelijk aan de afgelegde afstand tussen de twee peilingmomenten) tussen de twee peilingslijnen. De raakpunten zijn de posities op het moment van peiling 1 en peiling 2.

Afstand tot een licht boven de kim

Dit onderwerp is alleen voor TKN, niet voor KVB2

Geografische dracht geeft aan hoe ver de vuurtoren zichtbaar is afhankelijk van de hoogte van het licht en de ooghoogte.
Optische dracht geeft aan hoe ver de vuurtoren zichtbaar is afhankelijk van de lichtsterkte die in de lichtenlijst wordt gegeven in candela's.
Nominale dracht is de zichtbaarheid bij 10Nm zicht.
In de lichtenlijst staat de elevatie van de vuurtoren. Dat is de vertikale afstand tussen het licht en de middenstandsvlak.
Ook staat de hoogte van de vuurtoren in de lichtenlijst, die bijvoorbeeld minder is dan de elevatie als de vuurtoren bijvoorbeeld op een hoge duin staat.

We kunnen de afstand tot een licht dat net boven de kim (horizon) verschijnt berekenen met de formule: 2,1 x (wortel van de hoogte van het licht + wortel van de ooghoogte). De afstand is in zeemijlen en de ooghoogten is in meters. We noemen deze afstand de geografische dracht. Er bestaat ook een tabel waarin u zonder te rekenen de geografische dracht kunt aflezen.

In de zeekaart kunt u bij vuurtorens e.d. ook een dracht aflezen, de nominale dracht. Die geeft aan hoe ver de vuurtoren kan schijnen bij normaal zicht.

Bekijk de PowerPoints

Om de powerpoint's te bekijken moet u eerst even inloggen. Heeft u nog geen account? Dan kunt u zich daarvoor aanmelden.

PowerPoints

Vragen en antwoorden

Gebruik voor de onderstaande vragen leskaart 1630. Ga ervan uit dat het 2011 is. Bovendien dient u de volgende deviatietabel te gebruiken, want u maakt alle peilingen met behulp van het vaste stuurkompas.

Kompaskoers

Deviatie

Kompaskoers

Deviatie 

-4

202,5°  +2

22½°

-2

225°  0

45°

 0

247,5°  -2

67½°

+2

270°  -4

90°

+4

292,5°  -5

112½°

+5

315°  -6

135°

+6

337,5°  -5

157½°

+5

360°  -4

180°

+4 

   

Vraag 1: U vaart voor de kust van Walgeren. uw kompaskoers is 88°. Uw kompaspeiling is 183°. Wat is uw ware peiling?

Vraag 2: U vaart voor de kust van Walcheren. Uw kompaskoers is 245°. Uw kompaspeilingen zijn 160° en 59°. Wat zijn uw ware peilingen?

Vraag 3: U vaart voor de Maasmond richting Scheveningen een kompaskoers van 25°. U peilt het noorden havenhoofd van de Maasmond op kompaspeiling 170. U peilt de vuurtoren van Scheveningen op kompaspeiling 88 Wat is uw meest waarschijnlijke standplaats?

Vraag 4: U vaart een kompaskoers van 90° en peilt de kerktoren van Goedereede in lijn met de kerktoren van Stellendam. (beide op Goeree). U peilt ook de vuurtoren van West Schouwen (op Schouwen) op kompaspeiling 213°.

Vraag 5: U vaart in de Roompot (boven Walcheren) richting de Roompotsluizen op een kompaskoers van 110°. U peilt de vuurtoren van Westkapelle op kompaspeiling: 207°. U peilt de kerktoren van Oostkapelle op Kompaspeiling: 152°

Vraag 6: U vaart precies op de lichtenlijn naar Westkapelle en wilt uw meest waarschijnlijke standplaats bepalen met behulp van een kruispeiling op een tweede object. Welke object kunt u daarvoor het beste gebruiken?

Vraag 7: Uw kompaskoers is 95°. Laten we aannemen dat de grondkoers ook 95° is en de grondvaart 4,8 knopen. U maakt 2 peilingen op Goeree platform. (ca. 51°55,4'N en 003°40,0'E). Kompaspeiling 1:38° en kompaspeiling 2: 334°. Wat is uw MWS (Meest Waarschijnlijke Standplaats) op het moment van de tweede peiling?

Vraag 8: Gegeven: de hoogte van een vuurtoren waarvan het licht net boven de kim zichtbaar is, 49 meter. Ooghoogte 2 meter. Wat is de afstand tot het licht in zeemijlen?

Vraag 9: Op hoeveel mijl afstand verliest u de vuurtoren van Scheveningen (2 schitteringen in 10 seconden, zie zeekaart) uit het zicht als uw ooghoogte 4 meter is?

Vraag 10: Waardoor raak je de vuurtoren in eerste instantie uit het zicht, door de beperkte geografische dracht bij een ooghoogte van 4 meter of door de beperkte nominale / optische dracht (de sterkte van de lamp)? Door de beperkte:

Antwoorden worden direct verstuurd aan het e-mailadres dat u hier opgeeft.
Deelnemers aan de cursussen dienen akkoord te gaan dat hun e-mailadres wordt opgenomen in onze mailinglijst. U kunt zich met 1 klik gratis afmelden voor onze maandelijkse nieuwsbrief. Wij geven uw e-mailadres nooit door aan derden.

Om uw bezoek aan onze website nóg makkelijk en persoonlijker te maken zetten we cookies (en daarmee vergelijkbare technieken) in.
Meer informatie Ok